Author Archives for deglutenvrijeflexitarier

Vega nasi goreng uit Bali

Vega nasi goreng uit Bali

  • Opdieningen: 4
  • Moeilijkheidsgraad: gemiddeld
  • Afdrukken

Afgelopen zomer waren we op vakantie in Indonesië. Zo’n mooi land en zo veel lekker eten. Na een paar dagen wist ik al dat ik niet terug naar Nederland zou vertrekken zonder eerst een kookcursus te hebben gevolgd. Mijn zus had precies hetzelfde idee dus samen hebben we een plekje gevonden waar we een cursus konden doen. We leerden verschillende gerechten te maken, maar het belangrijkste vond ik zelf stiekem de nasi goreng. Zo lekker en puur van smaak, daar kunnen de kruidenzakjes en pakjes in de Nederlandse supermarkt echt niet tegen op. Gelukkig kregen we na afloop van de cursus een kookboekje mee met de recepten die we die dag hadden gemaakt, dus ik kan alles ook lekker thuis in Nederland maken. En nu deel ik het recept met jullie, zodat je niet helemaal naar Bali hoeft om echt lekkere nasi te leren maken. Al raad ik iedereen een vakantie naar Indonesië van harte aan!.

Ingrediënten

  • 800 gram gekookte rijst (liefst al de dag van tevoren gekookt en uit de koelkast)
  • 1 halve winterpeen
  • 1 rode peper
  • 2 bosuitjes
  • 3 tenen knoflook
  • 1 witte ui
  • 1 sjalot
  • 4 eieren
  • Zout en peper naar smaak
  • 1 eetlepels glutenvrije ketjap manis
  • 2 eetlepels ketchup
  • 1 eetlepel glutenvrije sojasaus
  • 1 eetlepel sesamolie
  • 4-5 bladeren van een Chinese kool
  • 4 stengels van een struik paksoi
  • 1 bosje selderij
  • Cassavechips en wat komkommer en tomaat
  • 4 eetlepels plantaardige olie

Bereiding

  • Snij de sjalot fijn en frituur in 1 eetlepel olie in een wok tot de sjalot lichtbruin is. Schep de sjalot uit de wok en laat uitlekken op een stuk keukenpapier. Je hebt nu al je eigen gebakken uitjes gemaakt!
  • Snij de ui en knoflook fijn. Schil de winterpeen en snij julienne (in ‘luciferstokjes’). Snij de Chinese kool en de paksoiin dunne reepjes en houd de harde witte en de zachte groene delen gescheiden. Snij de rode peper fijn en de bosui in ringetjes. Snij het bosje selderij grof.
  • Na alle voorbereidingen kunnen we nu snel alles bakken. Verhit een eetlepel olie in de wok op hoog vuur. Bak eerst de ui en knoflook aan. Voeg dan alleen de winterpeen toe en bak 1 minuut mee. Doe dan ook de rode peper, bosui en harde delen van de kool en paksoi in de wok. Blijf goed roerbakken. Voeg de koude rijst toe samen met de zachte delen van de kool en paksoi en mix goed. Doe nu de ketjap, sojasaus, ketchup en sesamolie bij de rijst en wok alles goed door. Voeg op het laatst ook de selderij en de uitgelekte gebakken sjalotjes toe. Roerbak nog even 5 minuutjes totdat de rijst licht en zacht is
  • Verhit 2 eetlepels olie in een koekenpan en bak 4 spiegeleieren
  • Serveer de nasi goreng met het gebakken ei er bovenop en de cassave, komkommer en tomaat ernaast

Dit recept is glutenvrij, lactosevrij en vegetarisch. Voor een vegan variant laat je het ei weg, of vervang je het met ‘scrambled tofu’.

Geroosterde tofu en groenten met couscous en tahindressing

Geroosterde tofu en groenten met couscous en tahindressing

  • Opdieningen: 2
  • Moeilijkheidsgraad: makkelijk
  • Afdrukken

Na een paasweekend waarin we flink wat eieren en zalm verorbert hadden, was het echt weer tijd voor een vegan maaltijd. Ik had vorige week allerlei groenten in de aanbieding gekocht dus dat kwam mooi uit. Groenten geroosterd in de oven vind ik echt vet lekker, en ik bedacht dat ik nog wat tofublokjes in de vriezer had liggen. Normaal gesproken bak ik die ook vaak in de oven dus hup, ook op de bakplaat gegooid. De boel door elkaar husselen met olie, knoflook en za’atar kruiden (of welke kruiden jij lekker vindt) en je hebt er 20 minuten geen omkijken naar. Perfect om de couscous en dressing ondertussen te maken. Ik maakte een couscous met granaatappelpitten en verse munt, omdat ik die zo lekker vindt. Je kunt echter ook de gegrilde groenten en tofu door je couscous husselen. Met de tahindressing heb je dan een heerlijke couscoussalade, net zo makkelijk!

Ingrediënten

  • Glutenvrije couscous (of quinoa)
  • 2 handjes granaatappelpitten
  • 2 takken verse munt
  • 1 aubergine
  • 1 courgette
  • 1 blikje kikkererwten
  • 1 halve winterpeen
  • 1 paprika
  • 150 gram tofu, geperst en in blokjes (en eventueel bevroren geweest)
  • 2 eetlepels za”atar
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 eetlepel sojasaus
  • 2 eetlepels plantaardige olie
  • 1 eetlepel citroensap
  • 1 eetlepel tahin
  • 1 halve eetlepel maizena

Bereiding

  1. Verwarm de oven voor op 185 graden. Snij de aubergine en courgette in plakken en de winterpeen en paprika in stukken. Laat de kikkererwten uitlekken en spoel na met water. Snij de knoflook fijn en meng met de za’atar kruiden en de olie
  2. Smeer de groenten lichtjes in met de kruidenolie leg op een bakplaat. Marineer de tofublokjes in de rest van de olie en de sojasaus. Wanneer de tofu de marinade heeft opgenomen, roer je de maizena door de blokjes heen. Rooster de groenten en de tofu in ongeveer 20 minuten in de oven
  3. Maak ondertussen de couscous. Bereid de couscous (of quinoa) volgens de verpakking. Roer daarna de granaatappelpitten en wat kapot gescheurde blaadjes munt er doorheen
  4. Maak ook de tahindressing door de tahin, een geperst teentje knoflook en de citroensap te mengen (wanneer de dressing niet vloeibaar genoeg is, kun je nog wat water toevoegen om te verdunnen)
  5. Serveer de groenten met de couscous en sprenkel de tahindressing er royaal over heen

Dit recept is glutenvrij, lactosevrij, vegetarisch en helemaal vegan.

Teriyakizalm met prei

Teriyakizalm met prei

  • Opdieningen: 2
  • Moeilijkheidsgraad: makkelijk
  • Afdrukken

Dit recept voor teriyakizalm gaat al heel lang mee. Toen ik dit gerecht voor mijn neus kreeg bij een vriendinnetje waar ik vaak speelde, was ik gelijk verkocht. Ik genoot zo van deze voor mij zo nieuwe smaak, dat ik het recept van de moeder mee kreeg zodat we het thuis ook eens konden maken. Mijn eigen moeder probeerde graag iets nieuws en was ook gelijk fan. Op dat ene kopietje uit het kookboek van de moeder van mijn vriendin hebben we jarenlang geteerd, en vandaag besloot ik het eens online te zetten. Het leuke aan dit recept vind ik is dat je aan de ingrediënten kunt zien dat het een recept van jaren geleden is. Nu zullen de meeste zichzelf respecterende koks een marinade met ketchup en ketjap manis geen Japanse teriyaki saus durven noemen, maar twintig jaar geleden waren veel Japanse producten nu eenmaal niet goed verkrijgbaar in Nederland. Gelukkig is daar de laatste jaren verandering in gekomen, maar ik vind deze ‘vernederlandste’ versie van zalm nog steeds heerlijk! Ik at de groenterijst die ik bij Albert Heijn had gevonden. Deze is van kikkererwten, linzen en doperwten gemaakt en bevat daardoor meer eiwitten en minder koolhydraten dan normale rijst.

Ingrediënten

  • 2 zalmfilets
  • 2 kleine preien (je kunt natuurlijk zelf met andere groenten variëren)
  • 2 eetlepels glutenvrije ketjap manis
  • 2 eetlepels ketchup
  • 1 theelepel suiker
  • 1 eetlepel rijstwijnazijn
  • 1 teentje knoflook
  • 2 porties rijst
  • 2 eetlepels plantaardige olie
  • Eventueel wat sesamzaadjes

Bereiding

  1. Maak de marinade door de ketjap manis, ketchup, suiker, rijstwijnazijn en een geperst teentje knoflook door elkaar te roeren. Leg de zalmfilets in de marinade en zorg dat ze helemaal bedekt zijn. Laat de zalm minstens 20 minuutjes marineren (langer is altijd goed)
  2. Bereid de rijst volgens de verpakking. Snij de prei in ringen in spoel goed af in een vergiet (niks verpest je maaltijd meer dan zand in je mond)
  3. Verhit een eetlepel olie in een wok en bak de prei op hoog vuur tot deze gaar, maar nog steeds knapperig is (ongeveer 6 minuten)
  4. Verhit weer een eetlepel olie in een koekenpan en bak de zalmfilet aan twee kanten gaar op middelhoog vuur (ongeveer 2 minuten per kant). Gooi in de laatste minuut de rest van de marinade erbij en warm goed door
  5. Leg de zalmfilet op een bedje van prei en serveer met de rijst. Giet de overgebleven marinade uit de pan over de zalm en strooi er eventueel nog wat sesamzaadjes over

Dit recept is glutenvrij en lactosevrij. Door de groenterijst bevat dit recept minder koolhydraten. Voor een echt koolhydraatarm gerecht kun je bloemkoolrijst gebruiken.

Vegan arepas met jackfruit

Vegan arepas met jackfruit

  • Opdieningen: 2
  • Moeilijkheidsgraad: makkelijk
  • Afdrukken

Deze week maakte ik voor het eerst mijn eigen arepas: Zuid Amerikaanse maisbroodjes die je kunt vullen. Ik heb zag een paar jaar geleden op een festival voor het eerst. Toen ik eenmaal bekomen was van het feit dat er iets anders glutenvrij te eten was dan fruit of friet (hoera!), bestelde ik gelijk een arepa met ‘pulled beef’. Het broodje werd ter plekke gegrild, opengesneden, en gevuld met het vlees, geraspte kaas en geserveerd met een salade. Je kon er vervolgens zelf wat pittige salsa op scheppen. Een vriendin, die ook een arepa had besteld, en ik waren erg stoer met de salsa en schepte er flink wat van op ons broodje. Na drie happen bleek dat de Zuid-Amerikaanse vrouwen van het arepa tentje geen grapje maakte met ‘pittig’ en stonden onze monden compleet in de fik. We renden dan ook snel naar de slush puppy bar om de boel te blussen. Ik vond de arepas, ondanks onze eigen salsa-faal, echt een heerlijke maaltijd. Daarna heb ik echter een jaar geen arepas gegeten, tot ik weer op datzelfde festival stond. Pas een paar maanden geleden kwam ik pas op het idee om zelf arepas te bakken, omdat ik toen ook mijn eigen maistortilla’s ging maken. Deze worden van hetzelfde soort meel gemaakt. Ze lukte erg goed en ik besloot ze vegan te houden. In plaats van draadjesvlees zijn deze broodjes dus gevuld met draadjes-jackfruit!

Ingrediënten

  • 4 arepas (recept hier)
  • 500-600 gram jonge jackfruit (te koop in blikken van Fairtrade)
  • 200 gram zwarte bonen (afgespoeld en uitgelekt)
  • 2 theelepels gerookt paprikapoeder
  • 2 theelepels gemalen komijn
  • 2-3 theelepels chipotlepeper in adobosaus
  • 2 theelepels knoflookpoeder
  • Snuf zout
  • 1 ui
  • 1 bosje verse koriander
  • 150 gram mais
  • 2 handen cherrytomaatjes
  • 1 klein rood uitje
  • 50 gram sla (ijsbergsla of rucola)
  • Limoensap
  • Paar handjes geraspte vegan kaas (ik gebruikte die van Violife)
  • 1 eetlepel plantaardige olie

Bereiding

  1. Doe de jonge jackfruit in een vergiet en spoel goed af. Laat uitlekken
  2. Snij de ui fijn en verhit de olie in een pan. Bak de ui even aan
  3. Voeg de jackfruit toe en bak mee met de ui. Zet het vuur dan lager en doe een scheutje water in de pan. Voeg de paprikapoeder, komijn, knoflookpoeder, zout en de chipotlepeper toe en roer goed. Laat de jackfruit nu minstens 10 minuten pruttelen\
  4. Maak de salade door de sla, ui, cherrytomaatjes en verse koriander te snijden. Meng dit met de mais en een flinke scheut limoensap
  5. Je kunt eventueel nog even je arepas grillen of opwarmen in de magnetron (wikkel ze dan wel in een vochtige theedoek zodat ze niet uitdrogen)
  6. De jackfruit kun je nu met een vork uit elkaar trekken tot draadjes (als je lui bent, zoals ik, kun je ook een aardappelstamper gebruiken om de jackfruit tot draadjes te krijgen). Meng de zwarte bonen met de jackfruit en warm nog even goed door
  7. Snij de arepa’s open en vul met het jackfruit mengsel, wat kaas en de sla

Dit recept is glutenvrij, lactosevrij, vegetarisch en helemaal vegan.

Venezolaanse arepas

Venezolaanse arepas

  • Opdieningen: 2-4
  • Moeilijkheidsgraad: gemiddeld
  • Afdrukken

Arepas zijn Zuid-Amerikaanse maisbroodjes. Ze worden in verschillende landen, zoals Venezuala, de Dominicaanse Republiek, en Colombia, veelvuldig gegeten. In Colombia worden de broodjes vrij dun gebakken, waarna ze gegeten worden met een topping. In Venezuela maken ze de arepas echter veel dikker, waardoor je ze open kunt snijden en daarna vullen. Eigenlijk net als een pitabroodje. Als je ze goed bakt, zijn arepas zacht van binnen, maar lekker knapperig van buiten. Vandaag maak ik de Venezolaanse arepas die je kunt opensnijden. Met de vulling kun je zelf variëren. Alles wat je in taco’s en tortilla’s doet, kun je in principe ook in een arepa stoppen. Ik maakte ze zelf een vegan vulling met jackfruit. In Zuid-Amerika maken ze zelfs zoete varianten met bijvoorbeeld chocola. Zo kun je arepas op elk moment van de dag eten. Arepas worden net als maistortilla’s gemaakt van voorgekookt maismeel. Gebruik dus geen normaal maismeel!

Ingrediënten

  • 200 gram voorgekookt maismeel (ik gebruikte het gele pak van Pan, verkrijgbaar bij de toko)
  • 300 ml lauw water
  • 1 theelepel zout

Bereiding

  1. Doe het voorgekookte maismeel, het water en het zout in een kom en meng goed met je handen tot je een vaste bal deeg hebt
  2. Verwarm een koekenpan zonder olie op middelhoog vuur
  3. Verdeel het deeg in ongeveer 7 of 8 balletjes. Leg een balletje op een stuk plastic en druk het plat. Zorg dat je broodje 1 cm dik blijft, anders wordt het opensnijden straks erg moeilijk. Maak het deegbroodje mooi rond en leg in de voorverwarmde pan. Bak elke zijde ongeveer 2,5 minuutjes. Herhaal dit voor elk deegballetje
  4. Bewaar je gebakken arepas tussen een theedoek, zo blijven ze lekker zacht en drogen ze niet uit
  5. Snij je arepas open en vul ze met een vulling naar keuze

Dit gerecht is glutenvrij, lactosevrij, vegetarisch en vegan.

Risotto met makreel en ei

Risotto met makreel en ei

  • Opdieningen: 2-3
  • Moeilijkheidsgraad: gemiddeld
  • Afdrukken

Ik had deze week gerookte makreelfilet in de koelkast liggen en hoewel dit super lekker is op brood, wilde ik de vis deze keer verwerken in het avondeten. Ik had heel veel zin in risotto, dus besloot ik zelf een maaltijd te verzinnen. Ik herinnerde me een recept dat mijn zus wel eens maakte met makreel. Daarin zat rijst, een zak oosterse wokgroenten en gekookte eieren. Met dat gerecht in mijn achterhoofd maakte ik deze risotto, en ik moet zeggen dat het heel goed gelukt is. De risotto was een soort heerlijke combinatie van Oosters en Italiaans. Vergeet vooral de citroen niet in dit recept, want die geeft echt een lekker frisse smaak aan dit gerecht. We zaten zelf bomvol en hielden zelfs nog wat over, dus met dit recept zou je denk ik ook best 3 magen kunnen vullen.

Ingrediënten

  • 200 gram risotto rijst
  • 700 ml water
  • 1,5 blokje groentebouillon
  • Half glas droge witte wijn (optioneel)
  • 2 gerookte makreelfilets
  • 1 stuk winterpeen (ongeveer 3 cm)
  • 1 ui
  • 1 teen knoflook
  • 1 stengel bleekselderij
  • 1 paprika
  • 1 kleine prei
  • 1 rode peper
  • 1 citroen
  • 2 eieren (of 3 als je voor 3 personen kookt)
  • 2 theelepels kerriepoeder
  • Handje verse platte peterselie
  • 1 eetlepel olijfolie

Bereiding

  1. Breng in een pannetje het water met de bouillonblokjes aan de kook. Laat vervolgens op laag vuur zachtjes doorkoken
  2. Snij ondertussen de ui, knoflook fijn en de winterpeen en bleekselderij in stukjes
  3. Verhit een eetlepel olijfolie in een pan en fruit eerst de ui en knoflook 2 minuutjes aan. Voeg de winterpeen en bleekselderij toe en bak weer 3 minuten. Voeg dan ook de risotto rijst toe en bak nog eens 3 minuten totdat de rijstkorrels glazig worden
  4. Voeg de wijn toen en blijf roeren tot het vocht door de rijst is opgenomen. Voeg nu een soeplepel bouillon toen en blijf weer roeren tot het vocht is opgenomen door de rijst. Herhaal dit tot de bouillon op is en de rijst gaar (ongeveer 20 minuten)
  5. Snij ondertussen de prei in ringetjes en de paprika en peper in stukjes. voeg dit tussen de tweede en derde bouillonlepel toe aan de pan. Zo worden de groenten ook mooi gaar
  6. Kook de eieren 5 minuten. Zelf koos is voor zachtgekookte eieren, maar als je van hardgekookt houdt kun je ze natuurlijk ook langer koken
  7. Als de risotto gaar is, roer je de kerriepoeder er door heen. Pluk de makreelfilets tot kleine stukjes en snij de citroen in partjes. 2 partjes kun je leeg knijpen en door de risotto roeren. De andere 2 partjes kun je ter garnering gebruiken. Zo kan iedereen zelf bepalen of ze nog wat citroensap over hun bord willen uitknijpen
  8. Snij nog wat peterselie fijn. Verdeel de risotto over de borden en serveer met de makreel, het citroenpartje, een zachtgekookt ei en de peterselie

Dit recept is glutenvrij en lactosevrij. Voor een vegetarische versie kun je de makreel weg laten. Voor een vegan versie moet je ook de eieren achterwege laten. De risotto wordt dan wel wat saai, dus ik zou hem in dat geval pimpen met bijvoorbeeld tuinbonen en ‘scrambled’ tofu.

Vegan havermout-banaan pannenkoekjes

Vegan havermout-banaan pannenkoekjes

  • Opdieningen: 2
  • Moeilijkheidsgraad: makkelijk
  • Afdrukken

Eigenlijk doe ik niet heel vaak iets geks of extra luxe voor mijn ontbijt, maar toen ik 2 overrijpe bananen in de fruitschaal zag liggen die echt op moesten, dacht ik aan de havermout-banaan pannenkoekjes die ik eerst nog wel eens voor mezelf maakte. Perfect voor de zondag! Toen gebruikte ik altijd ei, maar deze keer wilde ik proberen of een compleet vegan variant me ook zou lukken. Ei heeft een bindende functie, dus ik verwachte wel wat moeilijkheden met het draaien van de pannenkoeken in de pan. Uiteindelijk bleek dit best mee te vallen. Het enige wat je nodig hebt is een beetje meer geduld en een deksel die goed op je koekenpan past. De pannenkoekjes moeten namelijk wat langzamer en langer garen dan normaal. Wanneer je ze op te hoog vuur bakt, is de onderkant al verbrand voordat je de pannenkoek fatsoenlijk om kan draaien. Het duurde dus wat langer, maar dat is op een zondag helemaal niet zo erg. De smaak en structuur waren verder erg goed. Ik deed nog een flinke lepel sojayoghurt op mijn stapel pannenkoeken met wat blauwe bessen en granaatappelpitjes, een echte traktatie.

Ingrediënten

  • 2 overrijpe bananen
  • 100 gram glutenvrije havermout
  • 200 ml sojayoghurt
  • 1 theelepel bakpoeder
  • Nog wat sojayoghurt en fruit om te garneren
  • 2 eetlepels plantaardige olie of margarine

Bereiding

  1. Prak de bananen helemaal fijn met een vork en meng met de havermout en de sojayoghurt (je kunt het ook mixen met een staafmixer). Roer daarna het bakpoeder erdoorheen. Het beslag moet een beetje dik zijn
  2. Verhit 1 eetlepel olie of margarine in een koekenpan. Giet wat van het beslag in de pan en laat deze met de deksel erop op middelhoog vuur bakken. Zet het vuur liever te laag dan te hoog! Als de bovenkant van het pannenkoekje al een beetje vast en droog wordt, draai je de pannenkoek voorzichtig om met een spatel. Bak nog even kort aan tot deze kant ook bruin is
  3. Herhaal stap 2 totdat het beslag op is
  4. Leg de stapel pannenkoeken op een bord en schep er nog wat sojayoghurt en fruit op

Dit recept is glutenvrij, lactosevrij, vegetarisch en zelfs helemaal vegan.